Schilder met fysiek van een dirigent

uit De Volskrant
door Lennard Dost

Een ‘Amsterdamse Limburger’. Zo werd de maandag op 92-jarige leeftijd overleden Ger Lataster (Schaesberg, 1920) vaak omschreven. Lataster was niet al­leen kunstenaar, maar stond aan het begin van de jaren zestig samen met Mari Andriessen, Nic Jonk, Theo Mulder en Wessel Couzijn ook aan de wieg van de alternatieve kunstopleiding Academie ’63, wat later Atelier ’63 werd genoemd, en nog weer later De Ateliers. Het instituut De Ateliers kwam als eerste in Nederland tegemoet aan de wens van jonge kunstenaars om een periode te werken onder kritische begeleiding van ervaren kunstenaars. Een model dat de daaropvolgende decennia door veel kunstacademies zou worden nagevolgd.
Lataster begon zijn opleiding aan de Kunstnijverheidsschool in Maastricht. In het begin van de jaren veertig vertrok hij naar Amsterdam, waar hij ging studeren aan de Rijksakademie van Beeldende Kunsten. Vanwege zijn afkomst, werd hij daar ook wel gerekend tot de ‘Amster­damse Limburgers’, een groep kunstenaars – die overi­gens nooit als groep heeft bestaan – die, geïnspireerd door het lyrisch-abstracte werk van Willem de Kooning, een nieuwe weg insloeg.
Net als De Kooning, liet Lataster de figuratie nooit hele­maal los. Hij was een schilder van de grote gebaren. Ie­mand die ‘met de fysiek van een dirigent’ zijn vlakken componeerde. Lataster was, zo bleek uit de tentoonstel­ling Ger Lataster -Na aan het Hart, in 2010 te zien in Muse­um Van Bommel Van Dam in Venlo, in tegenstelling tot De Kooning niet alleen geïnteresseerd in kleine, persoon­lijke thema’s, maar ook in grote. In Amsterdam werd hij lid van de Communistische Partij. Zijn schilderijen uit die tijd dragen vaak titels als De Dag der overwinning, Loon van de Arbeiders en Schilder en vlag, waarbij de vlag van­zelfsprekend rood was. Het bekendst werd Lataster met de enorme plafondschildering die hij in 1987 maakte voor het Mauritshuis in Den Haag, Icarus Atlanticus: Alle­gorie op de ijdelheid van de mens.
Lataster was tot op hoge leeftijd maatschappelijk ac­tief, bijvoorbeeld als voorzitter van de Beroepsverenging van Beeldende Kunstenaars (BBK) en als docent aan de Rijksakademie. Vanwege zijn verdienste als schilder en docent, heeft de gemeente Amsterdam Lataster in 2010 onderscheiden met het Ereteken van Verdienste.
In juni van dat jaar werd Lataster voorafgaand aan de opening van de tentoonstelling Who’s Afraid of Ger Lataster in de Grote of Barbarakerk van Culemborg bovendien benoemd tot Ridder in de Orde van de Neder­landse Leeuw.
Ook in 2010 waren de toen 90-jarige Lataster en zijn vrouw, de fotografe Hermine van Hall, het onderwerp van de documentaire Niet zonder jou, gefilmd door hun zoon en schoondochter, Peter Lataster en Petra Lataster-Czisch.
Ger Lataster werkt daarin nog elke dag aan zijn schilde­rijen, Hermine, die aan kanker lijdt en begint te demente­ren, levert nog steeds kritische commentaar. Tegen het einde van de film overlijdt zij, en blijkt dat kunst troost kan bieden, maar niet altijd. Er zijn nu eenmaal dingen, ‘daar kan geen mens tegenop schilderen’.

in Nieuws | Getagged , , , , , , , , , , , , , , , |

Reacties zijn gesloten.