‘Opa, schilderijen praten met elkaar’

uit Dagblad de Limburger
door Caspar Cillekens

© foto Gé Hirdes

Theo Manders uit Gennep verzamelt al van jongs af aan. Grafiek, kunsttijdschriftten en abstracte kunst van na de oorlog. Een deel van zijn kunstcollectie laat hij voor het eerst zien in Venlo.

Zijn mooiste compliment kreeg kunstverzamelaar Theo Manders (1942) bij de opening van de expositie in Museum van Bommel van Dam in Venlo van een kleindochter: ‘Opa, de schilderijen praten met elkaar’. Thuis in Gennep kan hij zijn omvangrijke collectie (500 schilderijen, sculpturen, wandobjecten, tekeningen en werken op papier), die hij vanaf eind jaren zeventig verzameld heeft, nooit zo presenteren als nu in het museum. Hij geniet er zichtbaar van. Als we langs Voorjaar lopen, een doek van Edgar Fernhout waarin de schilder met slechts een paar kleuren (blauw, groen en rood) de energie van de lente oproept, komen we in wat hij het walhalla noemt. De grote ruimte waarin onder meer doeken van Jan Schoonhoven hangen, en even verderop een aantal werken van J. C. J. Vanderheyden, naast het zware met gepolijst en deels beschilderd ijzer gemaakte reliëf van Jan Maaskant uit 1970. Per toeval stuitte Theo Manders op dat werk bij een Haagse oud-ijzerhandelaar die ook wat art deco in de aanbieding had. „Jan Maaskant was het kwijt. Het was tentoongesteld in Parijs, Den Haag en Eindhoven en daarna zoekgeraakt. Jan was zo blij dat ik het teruggevonden had.”
Normaal, zo vertelt hij, komt hij nooit op openingen. Altijd weer zijn er mensen die iets van hem willen. Terwijl hij toch primair komt om kunst te kijken. Maar allez, bij de eerste keer dat zijn collectie abstracte kunst – waaronder veel werken van internationale NUL-kunstenaars alsmede geometrische, minimale en optische kunst – in het openbaar te zien is kon hij natuurlijk niet wegblijven. Maar hij weet nu al, zo zegt hij met enige weemoed in zijn stem, dat hij eind mei, als de tentoonstelling ‘Collectie Manders, naar eenvoud en verstilling’ ten einde loopt, enorm zal moeten afkicken. Nu hagen de werken in een setting „die ze al veel eerder verdiend hadden.” Nu pas zie je de meerwaarde van zijn verzameling, zegt hij. In overleg met de staf van het museum is gekozen voor een chronologisch-thematische presentatie. Je kunt zowel de tijdlijn in de opbouw van zijn collectie zien, alsmede de verschillende stromingen in de abstracte kunst van na de Tweede Wereldoorlog.
Het verzamelen heeft hij niet van een vreemde. Zijn vader Charles was een verwoed collectioneur. In Sint Antonis, het ‘motordorp’ op de grens van Limburg en Noord-Brabant, verzamelde zijn vader oude radio’s. Diens enthousiasme is op Theo overgeslagen. Toen Theo, die op het internaat van de franciscanen in Venray zat, als 15-jarige geveld was door acute reuma, moest hij thuis het bed houden. „Ik had in Amsterdam een mooie oude prent gekocht voor een kwartje. De dokter was nogal arrogant en zei: ‘Die neem ik mee’. Vroeg en passant of ik er nog een had.” Die had Theo wel. Hij leerde dat hij met de verkoop van prenten geld kon verdienen.
Het verzamelen van aanvankelijk kunsttijdschriften, naderhand van kunstwerken, werd zijn passie. „Hou eens op met kopen, zegt mijn vrouw wel twee tot drie keer per dag.”Weinig kans dat Theo naar de oproep van zijn vrouw Micheline zal luisteren. 
Het liefst was Theo, die nu nog lyrisch kan praten over het ritme in films van de Russische regisseur Sergej Eisenstein die hij op school in Venray vertoonde, naar de filmacademie in Amsterdam gegaan. Maar dat vonden zijn ouders niet goed. Ze vreesden dat hij niet aan de bak zou komen. Het werd psychologie aan de Katholieke Universiteit in Nijmegen. Afgestudeerd als bedrijfspsycholoog was hij een van de eerste tien medewerkers van het door Jos van Kemenade opgerichte ITS (Instituut voor Toegepaste Sociale Wetenschappen). Daar heeft hij jarenlang onderzoek gedaan. 
Maar zijn passie lag vanaf de jaren zeventig toch elders: in de wijn en de kunst. Naast kunst beschikt hij ook over een verzameling topwijnen. 
Wat hem trekt in de abstracte kunst? „De heldere en strakke lijn, de eenvoud, de ritmiek. Het is gedemocratiseerde kunst.”

Collectie Manders, naar eenvoud en verstilling, Museum van Bommel van Dam, t/m 20 mei.

in Nieuws | Getagged , , , , , , , , , , , , , , |

1 Reactie op ‘Opa, schilderijen praten met elkaar’

  1. peter bersch zegt:

    Ben erg onder de indruk van de omvang van deze verzameling. Dit heeft mij weer de inspiratie gegeven door te gaan met mijn eigen verzameling,
    van Afrikaanse en abstracte kunst.