Julia Winter: terug naar de Noordpool

uit Dagblad de Limburger
door Caspar Cillekens

Museum van Bommel van Dam in Venlo bestaat veertig jaar. Het museum laat de komende weken zestien kunste­naars live op zaal een dialoog aangaan met het publiek. De­ze week aflevering drie: Julia Winter uit Amsterdam.

Ze construeert de wereld. Een verwijzing naar het constructivisme, de kun­stenaarsstroming die be­gin vorige eeuw opkwam in Rus­land. Naar de periode waarin kun­stenaars als de schilders Malevitsj en Tatlin en de dichter Majakovski niet alleen in Rusland een begrip waren.
De avantgarde zorgde in Rusland voor een explosie van moderniteit die een eind maakte aan vastgeroes­te opvattingen over wat kunst moest zijn.
Toen Julia Winter (1965) in 1995 naar Nederland kwam. kon ze zich eindelijk losma­ken uit het artis­tieke keurslijf waarin ze gevan­gen zat. „Ik wilde meer dan alleen maar portretten maken in de klas­sieke stijl.” Gorbatsjovs pere­strojka (hervorming) in de twee­de helft van de jaren tachtig was een voorbode van de ontluikende vrijheid. „Je mocht gaan reizen. Ik raakte in Moskou be­vriend met een Nederlandse kunstenaar. Hij nodigde mij uit om naar Amsterdam te komen.” Het was voor haar een openbaring. In de Sovjet-Unie kreeg je nauwe­lijks iets mee van de nieuwe stro­mingen in de beeldende kunst in West-Europa en Amerika. In 1995 besloot de toen dertigjarige Julia zich definitief in Nederland te vestigen. Ze nam de kunstenaarsnaam Winter aan, volgde een opleiding als artdirector en werkt sinds 2000 als beeldend kunstenaar. Julia is geboren in Moskou en groeide op in Vorkoeta, een mijnbouw-stad in de regio Komi, 160 kilome­ter ten noorden van de poolcirkel. Haar vader had een leidende func­tie in een kolenmijn, haar moeder werkte als lerares scheikunde in een gevangenenkamp. Vorkoeta was onder Stalin synoniem met Goelag, het uitgebreide stelsel van kampen waar honderdduizenden mensen als slaven moesten wer­ken. Maar voor Julia was die plek anders. Als zij uit het raam keek, zag zij de witte toendra, het noorderlicht en de horizon. Een fantas­tische plek waar ze graag naar terug wil.
Uitgangspunt in haar werk is veelal een foto of een beeld uit een oude krant. De krantenkunst van Julia Winter heeft veel te maken met de manipulatieve macht die media kunnen uitoefenen. Gezien haar achtergrond geen onlogische opvat­ting. Als ze in Rus­land is, ervaart ze nog altijd dat media manipuleren. Ze maakt constructies. Met oude kranten en foto’s als basis. Er zit soms iets da-da-achtigs in haar werk, „Ik hou van dada, van de sarcas­tische en slimme manier om te pro­testeren tegen de burgerlijke mentali­teit.”
In Van Bommel van Dam gaat ze een installatie maken. Terugkijken naar haar jeugd. Het moet een zoek­tocht worden naar de grenzen tus­sen fictie en realiteit, tussen hoop en wanhoop en leven en dood. Julia Winter laat uit de collectie van het museum werk zien van fo­tografe Rineke Dijkstra en beeldend kunstenaar Joseph Semah. „Semah laat zich inspireren door Baruch Spinoza en Paul Celan. Zo­wel Celans gedicht Todesfuge (‘Der Tod ist ein Meister aus Deutschland’) als Spinoza met zijn gezegde ‘Er is geen vrijheid, dat is een droom’ spreken me heel erg aan.”

Julia Winter werkt van donderdag 6 tot en met zondag 9 oktober live in Van Bommel van Dam.

in Nieuws | Getagged , , , , , , , , , , , , , , , , , |

Reacties zijn gesloten.