Het verhaal van R69-32: in maart gestolen, in juni geveild

uit NRC Handelsblad
Pieter van Os en Arjan Ribbens

Veilinghuis Sotheby’s heeft in Londen een reliëf van de Nederlandse kunstenaar J. J. Schoonhoven geveild dat kort tevoren was gestolen uit een museum in Venlo. Hoe kon dat gebeuren? Een reconstructie. „Ik zag: dit is hem. Maar dan een kwartslag gedraaid.”

Twee inbrekers proberen op vrijdag 22 maart van dit jaar rond vier uur ’s nachts met breekijzers de achterdeur te forceren van Museum van Bommel van Dam aan het Julianapark in Venlo. Vergeefs. Dan de voordeur. Die krijgen ze vijftig minuten later wel open. Ze hollen naar binnen en komen een minuut later met vier kunstwerken naar buiten: drie reliëfs van Jan Schoonhoven en een schilderij van Tomas Rajlich. Ze zijn afkomstig uit de verzameling-Manders, een Limburgse particulier die zijn moderne kunst voor het eerst publiekelijk toont.
De inbraak wordt van begin tot eind geregistreerd door de beveiligingscamera’s van het museum. Op grofkorrelige videobeelden is te zien hoe de Schoonhovens van de muur worden gerukt, door een grote en een kleine man. Museumdirecteur Rick Vercauteren: „We zijn ze de dikke en de dunne gaan noemen.”
De slotjes van de verankeringskabels knallen uit de kwetsbare reliëfs van papier-maché. Een getuige die tegenover het museum woont, ziet hoe de mannen de werken in de kofferbak van een kleine, grijze auto gooien.
Het Art Loss Register in Londen, een gegevensbank voor gestolen en vermiste kunstwerken die mede is opgericht door de veilinghuizen Sotheby’s en Christie’s, verstuurt de maandag na de roof een dossier met foto’s en informatie naar handelaren en veilinghuizen.
Niet veel later besteedt het tv-programma Opsporing Verzocht aandacht aan de diefstal, met foto’s van de verdwenen kunstwerken en een signalement van de vluchtauto. Tot verbazing van Vercauteren, de museumdirecteur, worden de opnamen van de inbrekers niet uitgezonden. De officier van justitie heeft zo beslist, vertelt de politie hem. Een maand later hoort hij dat de vluchtauto is teruggevonden. Daarna blijft het stil.

Geveild
Op 27 juni veilt Sotheby’s in Londen een groot reliëf van Jan Schoonhoven. Het kunstwerk, getiteld R69-39, is ingenomen door het Amsterdamse kantoor van het veilinghuis. Dat , moet zijn gebeurd vóór eind april, als de veilingcatalogus naar de drukker gaat.
Sotheby’s veilt niet meer in Amsterdam, maar wil het werk graag opnemen in de veiling van hedendaagse kunst, op 27 juni in Londen. Het  witte  reliëf krijgt  een  richtprijs  van 150.000 tot 200.000 pond (176.000-234.000 euro). In de catalogus staat dat het een erfstuk betreft, dat indertijd rechtstreeks bij de kunstenaar is verworven. Het werk is vijf dagen te zien op de kijkdagen in New Bond Street.
The Mayor Gallery uit Londen koopt het werk, samen met galerie en kunsthandel Borzo uit Amsterdam. Beide specialisten in de kunstbeweging Zero werken wel vaker samen. Inclusief het opgeld (de fee voor het veilinghuis) bedraagt het aankoopbedrag 182.500 pond, ofwel 213.928 euro. Er zij n geen andere bieders.
Paul van Rosmalen van galerie Borzo heeft een week eerder op Art Basel gestaan met een stand vol werken van Schoonhoven. Hij is Schoonhoven-specialist en kent de gestolen werken uit de Manders-collectie goed. Sterker, hij zou een van de kleine reliëfs na de tentoonstelling van Manders kopen. Eenmaal terug uit Basel gaat hij eens goed kijken wat er in Engeland is gekocht. Het is 2 juli. De titel vindt hij vreemd: R69-39. „Dat kon niet kloppen, ik had R69-39 immers een aantal jaren eerder zelf in bezit gehad.” Van Rosmalen had het verkocht aan een prominente Nederlandse verzamelaar. „Het werk heeft zelfs nog in tentoonstellingcatalogi gestaan.”
Van Rosmalen kijkt nog eens goed naar het plaatje in de catalogus van Sotheby’s en ziet dat het gestolen werk uit Venlo lijkt, maar dan een kwartslag gedraaid. Hij waarschuwt zij n Britse collega. Van The Mayor Gallery gaat vervolgens een medewerker naar Sotheby’s, om de hoek. Op aanraden van Van Rosmalen vraagt die om een foto van de achterkant van het reliëf. Ze mailt die naar Van Rosmalen. Die legt de foto naast een beeld van het grote werk dat in Venlo is verdwenen en ziet dat er op het geveilde werk geen stickers zitten. Ook is de achterkant witter. Maar de signatuur en de titel zijn identiek. Op één cijfer na: een 2 is in een 9 veranderd. „Vrij opzichtig”, zegt Van Rosmalen. „Dit was het werk van Manders uit Museum van Bommel van Dam.”
Sotheby’s schakelt de politie in. De afdeling zware criminaliteit van de Amsterdamse politie begint een onderzoek naar degene die het werk heeft ingebracht.
Het museum heeft de collectie Manders verzekerd bij Hienfeld Assuradeuren uit Amsterdam. Die betaalt in juli uit aan de eigenaar: ruim 1,1 miljoen euro. Mochten de kunstwerken terugkeren, dan kan de verzamelaar ze van de verzekeraar terugkopen voor het uitgekeerde bedrag. Als hij dat niet wil, blijft de kunst eigendom van de verzekeraar.

Helende kunstliefhebber
Begin augustus krijgt Arthur Brand een telefoontje. Brand is mede-eigenaar van Artiaz, een kunstadviesbureau gespecialiseerd in het opsporen van gestolen kunst. De man aan de telefoon wil met hem praten. Op een terras in Amsterdam vertelt hij over zijn probleem. Hij zegt te goeder trouw drie kunstwerken te hebben gekocht. Eén daarvan heeft hij laten veilen bij Sotheby’s. Het veilinghuis zou uiterlijk op l augustus uitbetalen maar komt niet over de brug. Toen is hij op internet gaan zoeken en ontdekte hij dat zijn drie reliëfs zijn gestolen. Wat te doen?
De man laat Brand de aankoopfactuur zien: drie Schoonhovens voor 100 euro. Brand heeft beloofd de naam van de verkoper niet te noemen: „Geen persoon, maar een instantie.” De man, die volgens De Telegraaf Ryan L. heet, vuurwapengevaarlijk is en een strafblad heeft, noemt zichzelf een kunstliefhebber, zegt Brand. „Hij wilde de twee overgebleven reliëfs niet in de fik steken. Ik heb hem ervan overtuigd ze naar de politie te brengen.”
Dat doet hij. Hij stopt de twee werken in plastic tassen van supermarktketen Dirk van den Broek en meldt zich op 14 augustus bij de politie in Amsterdam. Die arresteert hem en neemt de kunstwerken in beslag.
Rick Vercauteren, de museumdirecteur uit Venlo, is aan het kamperen in Zwitserland als hij op 15 augustus een telefoontje krijgt van de politie in Amsterdam. Of hij naar het hoofdbureau in de Marnixstraat wil komen om twee kleine reliëfs van Schoonhoven te identificeren. Ook de derde gestolen Schoonhoven, het grote exemplaar, is „veiliggesteld”, zo vertelt de politie hem. Een medewerker van het museum stelt vast dat het inderdaad om de gestolen Schoonhovens gaat. De werken zijn vooral aan de achterzijde beschadigd. Maar gezien de ruwe werkwijze van de inbrekers, die ochtend in maart, is de conditie van de werken opvallend goed. Vercauteren: „Een euforische dag voor het museum.”

Een nieuwe eigenaar
De politie Amsterdam levert de twee kleine Schoonhovens vandaag af bij Museum van Bommel van Dam. Na nader onderzoek gaan ze vandaar waarschijnlijk door naar Hienfield Assuradeuren, de nieuwe eigenaar. Verzamelaar Manders heeft laten weten dat hij en zijn vrouw „de confrontatie met de gestolen kunstwerken niet aankunnen”. Hij houdt het geld.
De kunstroof is een strop voor de verzekeraar. Die keerde 1,1 miljoen euro uit. Dankzij de veiling bij Sotheby’s is bekend dat de waarde van de werken aanmerkelijk lager ligt. Het grote reliëf van Schoonhoven bracht netto twee ton op, de twee kleine reliëfs en het werk van Rajlich, dat nog altijd zoek is, zijn samen minder dan twee ton waard.
Volgens kunstadviseur Johan Bosch van Rosenthal is het verschil niet zo vreemd: zeker zestig procent van de kunstwerken zijn hoger verzekerd dan de veilingwaarde. „Bij bruiklenen aan musea is er kans op schade. Bovendien is er een verschil tussen prijzen op veilingen en in de handel.” Volgens een andere kunstadviseur, Matthijs Erdman, is bij de waardering voor de verzekering ook sprake van een psychologische factor. „Eigenaren vinden het prettig om hun kunstwerken op een wat hoger niveau te verzekeren.”

J.J. Schoonhoven
De minimalistische reliëfs van Johannes Jacobus Schoonhoven (1914-1994) dragen onpersoonlijke titels als R60-27, R82-1 en R62 Wit Strvktuur-reliëf. 2e passen bij zijn kunstopvatting. De man die 33 jaar op de Centrale Afdeling Gebouwen van de PTT werkte, wilde zo goed als dat kon de aanwezigheid van de kunstenaar uit de kunst weren, hij was tegen „handschrift” en eigenlijk gewoon tegen al te veel ego in de kunst. Niet voor niets richtte hij samen met onder anderen Armando en Kees van Bohemen de Informele Groep op, later ‘de Nulbeweging’, als tegenhanger van Cobra, de kunstenaarsgroep met luidruchtige „kunstenaarsbeesten” als Karel Appel.
Strikt genomen was Schoonhoven een zondagsschilder: alleen in zijn vrije tijd werkte hij aan zijn verstilde witte reliëfs en zijn abstracte tekeningen. Toch kon hij, als semiprof, uitgroeien tot een van de weinige naoorlogse Nederlandse kunstenaars met internationale faam, voor wiens reliëfs grote bedragen worden neergeteld. In 2010 werd bij Sotheby’s in Londen een werk van hem voor 814.000 euro verkocht.
Dat het veilinghuis in juni ook een gestolen Schoonhoven verkocht, toont volgens kunstadviseur Matthijs Erdman aan dat de kennis over deze kunstenaar nog niet wijdverbreid is. Erdman: „Bovendien is een object van 180.000 pond op een grote veiling in Londen qua waarde niets bijzonders. Dus wordt er weinig aandacht aan besteed.”
En hij kent nog een verzachtende omstandigheid voor de flater van het veilinghuis: „Alle minimal art lijkt natuurlijk erg op elkaar.”

in Nieuws | Getagged , , , , , , , , , , , , , , , , , , , |

2 Reacties op Het verhaal van R69-32: in maart gestolen, in juni geveild

  1. hennie visser zegt:

    Wat is er uiteindelijk met de R69-32 gebeurd? Alsnog geveild?