Winnaars vBvD Prijs

De Van Bommel Van Dam Prijs is een initiatief van de Stichting van Bommel van Dam. Vanaf haar oprichting in 1976 is een fonds gevormd om periodiek deze aanmoedigingsprijs toe te kunnen kennen. In 1977 is de prijs voor het eerst uitgereikt. De jaren daarna werd de prijs elke twee jaar toegekend, vanaf 1989 elke drie jaar. Vanaf de eerste editie is de prijsuitreiking gekoppeld aan een tentoonstelling in Museum van Bommel van Dam.

Tot op heden is de Van Bommel Van Dam Prijs toegekend aan de volgende kunstenaars:

Christoph Knecht - Aus der Serie: Plant of Opportunities (2010), olie- en acrylverf op doek, 197,5 x 133 cm - Collectie Museum van Bommel van Dam

Christoph Knecht – Aus der Serie: Plant of Opportunities (2010)

2013 – Christoph Knecht
Christoph Knecht (Karlsruhe, 1983) is een kunstenaar die de kunsthistorische en ambachtelijke traditie niet als een last ervaart, maar zich deze eigen maakt en aan zijn persoonlijke ervaringen koppelt. Zijn werk getuigt van een gefundeerde uiteenzetting met de eigen socialisatie in Duitsland. Een van zijn leidmotieven is het bos, het toppunt van Duitse kleinburgerlijkheid en samen met het onvermijdelijke hert hét synoniem voor slechte kunstsmaak. Door humor en ironische distantie verbindt hij dit motief met het heden en maakt hij het weer salonfähig. www.christophknecht.de

Marijn Akkermans – The middle place (2009-2010)

2010 – Marijn Akkermans
De steevast zwart-witte werken op papier van Marijn Akkermans (Nijmegen, 1975) worden bevolkt door archetypische mannen en vrouwen, soms in gezelschap van kinderen, honden of teddyberen. Het beeld van het gelukkige gezinsleven wordt op de hak genomen. Vader is in pak of in werkkleding met schop, moeder draagt een wijduitlopende jurk en heeft de afwasborstel in de hand. De werken ademen een ongemakkelijke sfeer uit. De personages bevinden zich niet zelden in een compromitterende of dreigende houding ten opzichte van elkaar. Soms is er sprake van agressie. Een kind wordt vastgeklemd als was het een prooi, of juist achteloos weggegooid. Ondertussen wordt de beschouwer strak aangekeken met een onheilspellende, haast dierlijke blik. Volgens de jury onderscheiden de tekeningen van Akkermans zich in zowel techniek als inhoudelijke thematiek van de andere genomineerden. Uit het juryrapport: “Zijn beeldtaal ontaardt nooit in stereotypen en wordt gekenmerkt door een psychologische spanning van de figuren die hij uitbeeldt. Het werk is figuratief, maar hij is zich terdege bewust van allerlei verworvenheden die eigen zijn aan een abstracte manier van werken.” www.marijnakkermans.nl

Jack Reubsaet – Spice of life (2007)

2007 – Jack Reubsaet
De winnaar van de Van Bommel Van Dam Prijs 2007 (dertiende editie) is Jack Reubsaet (Sittard, 1976). Volgends de jury is de continu wringende, monumentale installatie met gemengde technieken een werk waarnaar de beschouwer blijft kijken. Een grote stroom van beelden, voor een deel ontleend aan de kunstgeschiedenis, reclame, pulptelevisie, popmuziek, pornocultuur, (animatie)films en strips, die aan de kijkers blijvend vragen stelt. Brutale kunst waar eros en thanatos driftig om voorrang strijden. “Ik probeer de tijdelijkheid ten opzichte van de tijdloosheid te laten zien. De tijdelijkheid is de vorm, de tijdloosheid de inhoud.” (Jack Reubsaet) www.jackreubsaet.com

Sidi El Karchi – De acteur (zelfportret met gele strohoed) (2004)

2004 – Sidi El Karchi
Sidi El Karchi (Sittard, 1975) wint in 2004 de twaalfde Van Bommel Van Dam Prijs met het doek De acteur (zelfportret met gele strohoed). El Karchi portretteert uitsluitend zichzelf en mensen uit zijn directe omgeving. De portretfotografie uit het geboorteland van zijn ouders, Marokko, is een belangrijke inspiratiebron voor hem. Zijn werken hebben een grafische waarde en combineren op zeer eigen wijze abstractie en realisme. Vaak hebben nadrukkelijk aanwezige attributen een symbolische betekenis. “In mijn werk onderzoek ik of een portret meer kan zijn dan louter een representatie van de geportretteerde…” (Sidi El Karchi) Zoals gezegd is de fotografie het uitgangspunt in El Karchis werk. Vrienden en familie legt hij in een onbewaakt moment met de camera vast. Dan volgen tekeningen op het doek in acrylverf en olieverf. Kleur over kleur, laag over laag, soms wel dertig keer. Licht, kleur en ruimtelijkheid worden in zijn composities tot in de perfectie uitgewerkt. Weloverwogen en zorgvuldig. Zo ontstaan lichte, transparante doeken met een serene, bijna religieuze uitstraling. De geportretteerden stijgen bij Sidi El Karchi ver boven zichzelf en hun dagelijkse beslommeringen uit. Ze stralen op mystieke wijze liefde en verfijning uit.  Zo creëert de kunstenaar doeken met hemelse lichtheid, met een persoonlijkheid die ieder moment tot leven kan komen.

Sebastian Diaz Morales – The persecution of the white car (videostill) (2001)

2001 – Sebastian Diaz Morales
De audiovisuele werken van de van oorsprong Argentijnse kunstenaar Sebastian Diaz Morales (Comodoro Rivadavia [Argentinië], 1975) hebben een overkoepelende thematiek in de wijze waarop zij de structuur van verhalen blootleggen. Zijn video’s zijn sterk beïnvloed door de filmindustrie, maar herzien de vertelvorm van dit medium op hetzelfde moment. Diaz Morales maakt de opnames van zijn films in een kort tijdbestek. De realiteit van het filmen blijft intact omdat hij weinig ingrijpt of ensceneert in de gefilmde wereld buiten zijn onderwerp. De kunstenaar behoudt op deze wijze de gewenste directe communicatie. Op de montagetafel worden de geselecteerde filmbeelden samengebracht en gemonteerd tot een fictief verhaal. De verhalen die Diaz Morales schept spelen zich zowel binnen als buiten ons besef van realiteit af. www.sebastiandiazmorales.com

Hjalmar Riemersma – Les danseuses sur la balançoire (1998)

1998 – Hjalmar Riemersma
Fotografie speelt in het werk van Hjalmar Riemersma (Leeuwarden, 1970) een grote rol. Foto’s geven de kunstenaar inspiratie: hij is steeds weer op zoek naar interessante beelden die een aanleiding tot schilderen geven. Thema’s die hij schildert variëren dan ook sterk; van een draaimolen tot in het water spelende kinderen. Riemersma is gefascineerd door grijstonen en probeert hiermee de relatie tussen de foto’s en het geschilderde werk te benadrukken. Tijdens het schilderen van een beeld tracht hij de geschiedenis van dat beeld naar zich toe te trekken. Sinds 2000 heeft hij zich volledig toegelegd op het schilderen van landschappen. Met name door berglandschappen is hij erg gefascineerd. Het vergezicht en de gelaagdheid van het landschap is een belangrijk onderdeel van het werk van Riemersma. In eerder werk vormden zowel de grijstonen als het donker en het lichtspel de basis voor het beeld. Dit is nog steeds zo alleen minder op de voorgrond. De kleurkeuze is nog wel afhankelijk in de uitspraak van de kleur ten opzichte van de ‘lichtsterkte’. www.hjalmarriemersma.nl

Aafke Bennema – Zonder titel (1995)

1995 – Aafke Bennema
Aafke Bennema (Eelde, 1965) werd bekend door portretschilderijen van vrouwen. Aanvankelijk werden die vrouwen in een neutrale, grafische, achtergrond geplaatst, later in een landschappelijke context. Dat landschap is sinds enkele jaren het hoofdthema in Bennema’s schilderijen geworden. De verschuiving van (zelf)portret naar landschap vond plaats nadat Bennema had vastgesteld, dat de portretten zo dominant werden, dat ze erdoor geobsedeerd dreigde te raken. De landschappen bieden haar veel meer vrijheid in het onderzoeken van structuren. Een landschap kent, in tegenstelling tot een gezicht, geen hiërarchie en geen vaste samenstelling. In de vaak virtuele of absurde natuurvoorstellingen kan Bennema eindeloos variëren met vormen en structuren. Aafke Bennema’s schilderijen hebben grote formaten, waardoor de voorstelling bijna het hele blikveld van de kijker vult. De elementen in het schilderij zijn gereduceerd tot sierlijke vormen met dikke contouren in pastelkleuren. Ze vormen een beeld waar je ingezogen lijkt te worden, zelfs al zijn ze nadrukkelijk een plat vlak. Deze dubbelzinnigheid kan ontstaan doordat enerzijds de kleurnuanceringen de dieptewerking veroorzaken en anderzijds de structuren grafische patronen vormen zonder schaduwen. Zo kan géén van de vormen in de voorstelling specifiek de aandacht opeisen. www.aafkebennema.nl 

Noud van Dun – Zonder titel (1992)

1992 – Noud van Dun
Noud van Dun (Venlo, 1963) wint in 1992 de achtste Van Bommel Van Dam Prijs. In 2004 koopt het museum een tweede werk aan, First Contact, gevolgd door Crime Scene en Mind the Gap in 2010. Gezamenlijk laten deze werken de ontwikkeling zien van 1992 tot 2008. De kern van zijn werken ligt in het feit dat ze zijn opgebouwd uit tegenstrijdigheden. Combinaties van zaken die in onze dagelijkse werkelijkheid schijnbaar niets met elkaar te maken hebben maar wel degelijk in relatie tot elkaar staan. Van Dun: “Mijn werk gaat over alles. Het zijn fragmenten uit een zeer complex en oneindig netwerk van verschijnselen die zich in ieders leven voordoen en waar elk individu zich het centrum van waant.” De meeste verschijnselen ervaren wij als normaal omdat ze zich in een voor ons vertrouwde context voordoen. In het werk van Van Dun vindt echter een verschuiving plaats. Dingen doen zich niet langer voor in hun vertrouwde omgeving maar worden in een ander gebied geplaatst. De beschouwer wordt gedwongen zijn perspectief bij te stellen, de dingen van een andere kant te bekijken en los te laten wat vertrouwd is. Van Dun schept een nieuwe orde die in eerste instantie vreemd lijkt maar bij nader inzien niet wezenlijk verschilt van dat wat wij dagelijks als logisch en coherent ervaren. Echter met dit verschil dat de mogelijkheid wordt geboden dieper tot achterliggende structuren door te dringen en/of samenhang te ontdekken tussen dat wat wij normaliter als tegenstrijdig of vreemd ervaren. De betekenisverschuiving creëert een openheid, die ruimte biedt voor verdere associaties en de begrenzing van het schilderij als het ware openbreekt. Deze begrenzing is op veel werken als kadrering terug te zien en dient ter onderstreping van het feit dat elk doek een fragment is uit een groter geheel. Het is aan de beschouwer in hoeverre hij in staat is ook buiten dit kader te denken, en de bredere context te zien waarbinnen zich alles voordoet. Het werken in zwart-wit trekt alle onderdelen naar elkaar toe ook al laten deze qua vorm of voorstelling een tegenstrijdigheid zien. www.noudvandun.com

1989 – Freark van der Wal
De Friese schilder Freark van der Wal (1955) wint in 1989 de zevende Van Bommel Van Dam Prijs. “We zullen er – ook al doen we ons uiterste best – nooit achter komen wat iets betekent of werkelijk te betekenen heeft. Die twijfel drijft hem voort: Ik vraag me af in hoeverre het schilderij een kooi kan zijn voor een aura”. (Rudy Hodel, juli 1997 uit de catalogus Museum ’t Coopmanshûs, Franeker)

1987 – Kries Sommers
Autodidact Kries Sommers (Utrecht, 1961) ontving in 1985 de Koninklijke subsidie voor vrije Schilderkunst. In 1987 won hij de zesde Van Bommel Van Dam Prijs.

1985 – Toon Teeken
Toon Teeken (Heerlen, 1944) studeerde aan de Stadsacademie voor Toegepaste Kunsten in Maastricht en daarna aan de Jan van Eyckacademie. Bij zijn eindexamen werd Toon Teeken onderscheiden met de prijs van de gemeente Sittard. In het begin van de jaren 80 van de afgelopen eeuw start Teeken samen met drie andere Maastrichtse kunstenaars, Fons Haagmans, Peter Wehrens en Jean Pierre Zoetbrood een idee om gezamenlijk te gaan schilderen. Dit plan ontstaat niet vanuit een vooropgestelde artistieke of politieke mening, maar uit een waardering voor elkaars werk en hun interesse om ook werken niet alleen op individuele basis te vervaardigen. Zij willen elkaars beeldtaal en schildergewoontes onderzoeken en door elkaar daar mee te confronteren ontstaan beelden die anders nooit tot stand zouden zijn gekomen en bevordert de ontwikkeling van de kunstenaars. De inspiratie in zijn werk ontleent Teeken vanaf die periode aan zijn onmiddellijke leefomgeving. Zelf verklaart hij: ‘Ik schilder om mijn relatie tot de dingen en de wereld op te helderen.’ Belangrijk daarin vindt hij het spanningsveld tussen de figuren en voorwerpen in een ruimte al dan niet geplaatst in een ruimte vormgegeven door een strak lijnenspel of in een stilleven geplaatst. De laatste jaren laat Toon Teeken zich vooral inspireren door het Afrikaans landschap. www.toonteeken.com

1983 – Piet Dieleman
Piet Dieleman (Arnemuiden, 1956) bezocht van 1972 tot 1975 de MTS voor fotografie in Den Haag. Aansluitend studeerde hij tot 1980 aan de Academie voor beeldende kunsten in Rotterdam. Terug in zijn geboorteplaats werkte hij jarenlang vanuit een enorme schuur bij zijn vaders boerderij; tegenwoordig heeft hij een atelier in Middelburg. Behalve schilderijen maakt Dieleman ook sculpturen. Zelf zegt hij dat al z’n objecten voortkomen uit het schilderen. In zijn eerste jaren als kunstenaar maakte hij donkere, dramatische schilderingen van landschappen en naakten. Later zou hij juist streven naar licht en helderheid. Het venster en de lichtval door het raam werden belangrijke thema’s. Dielemansschilderijen zijn vaak bijna abstract. Eigenlijk is hij vooral geïnteresseerd in het schilderen zelf, niet zozeer in wat hij af wil beelden. De dingen om hem heen, zoals de vensters in zijn atelier, zijn hoogstens een aanleiding voor een nieuw doek. In 1981 en 1983 ontving Piet Dieleman stipendia van de Rotterdamse Kunststichting. De provincie Zeeland verleende hem in 1982 een Aanmoedigingsprijs. In 1983 was Piet Dieleman de winnaar van de vierde Van Bommel Van Dam Prijs.  www.pietdieleman.nl

1981 – Jan van der Pol
Jan van der Pol (Aalsmeer, 1949) studeerde van 1965 tot 1969 aan de Rietveld Academie te Amsterdam op de afdeling grafiek. Met plezier denkt hij terug aan de leraren Henk Boer, Ap Sok en Melle. Tegen het einde van de opleiding volgt hij schilderslessen bij Melle. Tussen 1969 en 1971 was hij leerling van Arie Kater aan de Rijksakademie. Jan van der Pol maakt zowel schilderijen en tekeningen als litho’s, houtsneden en etsen. Kenmerkend voor zijn werk uit het begin van de jaren tachtig is de aandacht die naar de bovenkant van het doek wordt geleid door hoge horizonnen of staande figuren in het landschap, die hij ontleende aan foto’s van E.J. Muybridge (Engelse fotograaf, 1830-1904). Na de stadslandschappen, vooral in 1984, komt het portretmotief in zijn werk, eerst als buste, later ook als kop. In zijn latere werk trekt Van der Pol sterk de aandacht door gebruikmaking van opsommingen. Van der Pol over dit compositorische beginsel: “De opsomming vind ik prachtig. Dat is iets wat me altijd gefascineerd heeft. Naar aanleiding van mijn schilderijen met reeksen koppen, herinnerde ik mij ineens de pagina’s uit de vlinderboeken van mijn vader. Reeksen beestjes, naar soort geordend, keurig gerangschikt. Eenzelfde soort ordening als op mijn schilderijen. Het opsommen van de reeksen brengt een ogenschijnlijke compositieloosheid teweeg die ik als heel prettig ervaar. Het geeft een soort vrijheidsgevoel; er is wel ordening, maar een die je niet zo hevig ingepeperd wordt.”

1979 – Ronald Tolman
Beeldhouwer, schilder en graficus Ronald Tolman (Amsterdam, 1948) speelt een spel met aloude thema’s en actuele ontwikkelingen. Zijn beelden en de voorstellingen op zijn schilderijen, etsen, tekeningen en keramiek bewegen zich tussen melancholieke waarnemingen en sprankelende impulsiviteit. In zijn werk zien we figuren, alleen of in groepen, op zoek naar een evenwicht dat los van de tijd lijkt te bestaan. Verwachtingsvolle taferelen spelen zich af in immense ruimtes die vaak met enkele schetsmatige lijnen worden aangegeven. Zijn succesvol prentenboek ‘De Boomhut’ dat hij samen met zijn dochter Marije maakte, is beloond met de internationale Bologna Ragazzi Award 2009, waarmee het tot het mooiste prentenboek van de wereld werd verkozen. In België volgde een nominatie voor de Jeugdliteratuurprijs ‘De Gouden Uil’ en in Nederland heeft ‘De boomhut’ het ‘Gouden Penseel’ gewonnen. www.ronaldtolman.nl

1977 – Peter Wehrens
Peter Wehrens (Sittard, 1945) voltooide in 1972 de Jan van Eyckacademie in Maastricht, waar zijn interesse uitging naar schilderen, grafiek en film. Bij zijn afstuderen kreeg hij de prijs van de gemeente Valkenburg en een studiebeurs voor een verblijf in Madrid. Daar ontdekte hij de grote Spaanse meesters als El Greco, Goya en Velázquez. In 1977 verwierf Peter Wehrens als eerste de Van Bommel Van Dam Prijs.

Reacties zijn gesloten.