Uit de verzameling: Tekentalen

2 september 2010, 10:00u t/m 6 januari 2011

De manieren en motieven van tekenen en schilderen verschillen als nooit tevoren. Dat geldt ook voor de maatvoering en de technieken. Bovendien is er steeds meer experiment in de wijze van het presenteren. Een tekening wordt niet meer alleen ingelijst en aan de muur gehangen. Grotere werken prikken de kunstenaars dikwijls direct op de muur. De hoofdrol is echter weggelegd voor een fascinerend en fundamenteel element: de lijn en zijn formidabel vermogen tot het uitdrukken van spanning, kracht, dynamiek, flexibiliteit en perfectie. Tekentalen toont diverse kunstenaars uit de museale collectie, elk met een eigen, herkenbare beeldtaal en schriftuur. “Je ziet wat je wilt zien in mijn tekeningen” [Aline Thomassen] De museale verzameling herbergt opvallend veel werken van vrouwelijke kunstenaars. Maarten en Reina van Bommel-van Dam verzamelen werk van de Amsterdamse Joffers, een groep kunstenaressen die aan het eind van de negentiende eeuw studeerden aan de Rijksacademie in Amsterdam. Binnen de directoraten van het museum worden bovendien de banden met het Limburgse onderstreept. Onder de recente aanwinsten bevinden zich een groot aantal werken van kunstenaressen die uit Limburg afkomstig zijn, of er wonen en werken, zoals Suzanne Drummen, Judith Krebbekx, Bep Scheeren  of Aline Thomassen.   Het werk van Suzanne Drummen (Heerlen,1963) ontstaat vanuit haar fascinatie voor het kijken. Spelend met ruimte en illusie onderzoekt ze wat het oog kan bevatten. Dichtbij zie je kleur en schaduw, transparante vormen en dekkende overlappende vlakken. Pas vanaf een afstand zie je het onderwerp van de schilderijen van Judith Krebbekx (Roosendaal,1967). Vorm en kleur spelen een grote rol. Ze werkt veel met wat ze zelf noemt, ‘non-kleuren’, welke volgens haar de kracht bezitten mekaar te versterken. Sterk zijn ze, de vrouwenfiguren van Aline Thomassen (Maastricht,1964), maar ook vol van tegenstrijdigheden: wreed en teder, luchtig en onheilspellend. Thomassen tekent vrouwen die zich, letterlijk, blootgeven. Krachtige vrouwen, ideaalbeelden maar ook verscheurd tussen moderne idealen en traditionele cultuur. “Ik schilder, dus ik ben” [Cornelia Schleime] In het rijtje van vrouwelijke kunstenaars, is Cornelia Schleime (Oost-Berlijn, 1953) een “Gesamt Kunstwerk”. Ze schrijft, tekent, schildert, filmt, maakt installaties en was de leadzangeres in de punkband „Zwitschermaschine”. Heel geconcentreerd en vol aandacht maakt ze series tekeningen waarop ze vrijelijk associeert en een zekere voorliefde voor het absurde botviert. De fascinatie en verwondering over de wereld om hem heen vinden uiting via de snelle en spontane werkwijze van Rik van Iersel (Maastricht, 1961). Veelal is het de mens die een hoofdrol speelt in zijn werk; de mens die geconfronteerd wordt met…, de mens die indrukken opdoet, de mens die opgaat in zijn leefwereld of zich juist daarvan distantieert. De collages en tekeningen van Melle de Boer (Delft, 1972) ontstaan vanuit zijn niet aflatende fascinatie voor heldendom en idolatrie. Door verrassende combinaties van beeld- en tekstfragmenten creëert hij een nieuwe werkelijkheid voor helden uit het heden en verleden. In deze naar zijn hand gezette wereld geeft hij ze een andere, vaak tegengestelde rol. Het toonbeeld van kracht, moed en rechtvaardigheid transfigureert hij tot een gevallen engel. De indrukwekkende werken op papier van Hans de Wit (Eindhoven, 1952), laten bewogen in elkaar vloeiende vormen en beelden zien die slechts deels herkenbaar zijn. Vele persoonlijke betekenissen liggen aan de voorstellingen ten grondslag. Ze doen denken aan droombeelden, aan onderbewuste hersenspinsels die overigens niet geheel onschuldig zijn maar eerder iets verontrustends in zich dragen. “…het is handwerk, mijnheer. Het heeft niets van het machinale” [Jan Schoonhoven] Jan Schoonhoven (Delft, 1914-1994) maakt al van kleins af aan tekeningen en gaat dan ook naar de m.o.-tekenopleiding in Den Haag. Uiteindelijk staat hij niet als tekenleraar voor de klas, maar begint hij bij de PTT. Deze negen-tot-vijf baan zorgt voor de regelmaat in het leven die Schoonhoven nodig heeft. Het is eenzelfde regelmaat die zijn reliëfs en tekeningen kenmerkt. Ook het hier getoonde tekeningenensemble uit 1986 is ontwikkelt volgens geometrische principes, waarbij de lijnen haast kalligrafisch werken. Marcel Berlanger (Brussel, 1965) schildert veelal op een door hemzelf ontwikkelde drager, zoals het hier verwerkte glasvezeldoek. De transparante drager, die dankzij de perfectionering van een speciaal gietproces is ontstaan, biedt hem de mogelijkheid met licht te spelen. Het beeld wordt hierdoor bijna ruimtelijk. In zijn composities creëert Hans van Hoek (Deurne, 1947) verbluffende picturale spanningen tussen voor- midden en achterplan. Keer op keer plaatst hij kunst, landschap en stilleven verrassend naast elkaar, wat de illusie van diepte in zijn werken verhoogt. Elementen en motieven doorsnijden elkaar deels of overlappen elkaar. Het aloude thema schilderij in schilderij blijkt in handen van Hans van Hoek een vruchtbaar onderwerp. De tekeningen van Ad van Campenhout (Breda, 1957) combineren elementen van de alledaagse wereld met details uit voorgaande tekeningen of met beeldaspecten uit de kunstgeschiedenis. Deze beeldelementen zijn verhuld in een wirwar van lijnen en structuren. De kunstenaar werkt doorgaans met houtskool omdat het grootste deel hiervan tijdens het opbrengen weer op de grond valt en als metafoor dient voor het menselijk bestaan: tot stof zult gij wederkeren. Joseph Semah (Bagdad, 1948) houdt zich bezig met de Christelijke en Joodse invloeden op de Westerse kunst. Met zijn werk daagt hij de bezoeker uit om kunst actief te interpreteren en steeds te onderzoeken wat er aan openlijke en verborgen zin zou kunnen liggen in een tekst of een beeld. Persoonlijke ervaringen, hedendaagse gebeurtenissen en een ‘gevoeld’ verleden gaan samen in de wereld van Hamid El Kanbouhi (Larache Marokko, 1976). Heren in pak staan voor de bureaucratie waar hij als Marokkaan in Nederland veel mee te maken heeft gehad. “Hoe veilig voel ik me onder de lijnen” [Hans Klein Hofmeijer] De vormen in het oeuvre van Hans Klein Hofmeijer (Tilburg, 1957) zijn aanwijzingen, suggesties of zelfs schimmen, die op verschillende manieren kunnen worden gezien en geïnterpreteerd. Soms moet je letterlijk met je neus op een werk van Klein Hofmeijer staan om de precieze opbouw en samenhang van de verschillende onderdelen te vatten. Het lukt hem iedere keer weer om allerlei externe artistieke invloeden (kunst, literatuur, film en muziek) te absorberen en aaneen te smeden tot een onverwisselbare taal. Bij de expositie Ochtendlicht in 2008 in Museum van Bommel van Dam verscheen de documentaire Beschijningen, waarin Museumdirecteur Rick Vercauteren in gesprek gaat met Hans Klein Hofmeijer. De film is te zien in de mediaruimte van het museum.

in , , | Getagged , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , |

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*